Een persoonlijke zoektocht naar ruimte in een achteloze wereld
Ik sla mijn lokale krant open.
Een advertentie.
Een gezicht.
Ik schrik me dood.
Dit is die vrouw. De vrouw die trauma “behandelt”, al is dat woord eigenlijk veel te mild voor wat zij doet. Haar methode is onorthodox — dat is de nette term. Ik ben er geweest. En eerlijk: deze vrouw zou gestopt moeten worden.
De eerste keer dat ik haar advertentie in de krant zag, heb ik de redactie serieus gemaild. Waarom adverteren jullie ondernemers van ver buiten de regio?
Het antwoord was simpel.
Ze betalen ervoor.
Ik zou er veel voor over hebben om bepaalde psychische “geluksmakelaars” te stoppen. In twaalf jaar tijd heb ik er te veel meegemaakt. Ik kan er inmiddels boeken over schrijven.
Vandaag open ik opnieuw mijn regiokrant.
Twee keer zie ik haar hoofd.
Ik word keihard getriggerd.
Ik zit weer in haar behandelruimte.
Ik voel, zie en hoor alles opnieuw.
Het is alsof zij een smet op mijn ziel heeft gedrukt.
En tegelijk weet ik: ík heb de kracht om die verbinding te verbreken. Om het los te koppelen. Om het niet meer van haar te laten zijn.
Ik word vaker geraakt. Soms onverwacht.
Gisteren nog, op Facebook.
Een oud klas- en dorpsgenoot reageert ineens onder een artikel over iets creatiefs dat ik heb gemaakt:
“Wat leuk jou hier tegen te komen.”
Ik verstijf.
Mijn herinneringen aan haar zijn allesbehalve leuk. Eerder vernederend of pijnlijk.
En dan sta ik daar weer:
Hoe reageer je normaal, als je lijf allang in alarmstand staat?
En dan is er die psycholoog.
Twee jaar zocht ik. Eindelijk iemand met plek, met tijd, die zei bekwaam te zijn.
Dat bleek niet zo.
Ik wacht nu al twee weken op een antwoord. Drie keer heb ik gevraagd om afronding en vernietiging van mijn gegevens.
Gisteren eindelijk een berichtje:
“Het gaat nu door de papiervernietiger.”
Mijn reactie:
En de rest van het dossier? En de afronding?
Weer geen antwoord.
Ik ben zó klaar met incompetente mensen.
En tegelijk twijfel ik intens aan mezelf.
Het kan toch niet altijd aan de ander liggen?
Of trek ik bepaalde types aan, zodat zij zich kundig kunnen voelen, terwijl ik automatisch in de kwetsbare, zielige patiëntenrol word gedrukt?
Want dat is niet wie ik ben.
Ik ben veel krachtiger dan dat.
En tegelijk ben ik fucking gevoelig.
Ik voel alles. Ik doorzie veel.
Ik heb een diep rechtvaardigheidsgevoel.
Maak je afspraken met mij en kom je ze niet na, dan is dat moeilijk te herstellen.
Ik onthoud als een olifant.
En ik ben kwetsbaar als een fruitvlieg.
Misschien moet ik hier nog iets mee.
Het blootleggen van totale onkunde in de zorg. Regulier, alternatief, religieus — in elke hoek zitten mensen die jou reduceren tot een “interessante casus”.
Ik ben geen interessante casus meer.
Ik ben iemand die zich chronisch eenzaam voelt in een achteloze wereld vol bedachte protocollen, regels en winstbejag — gebouwd over de ruggen van hondseerlijke mensen.
En weet je?
Dus nee, geen Fuck y’all.
Misschien ook wel.
Ik leef mijn leven. 💛
