Over te laat komen, koffie, en hoe irritatie soms kan smelten

Soms denk ik dat ik me irriteer over kleine dingen.
En soms blijken die kleine dingen helemaal niet klein te zijn — maar een ingang naar iets groters.
Dit is een verhaal over een afspraak die niet liep zoals gepland, een kop koffie, en hoe snel mijn beeld van iemand kan verschuiven.

Je bent een bedrijf.

Je belde me gisteren dat je vandaag om half acht zou komen.
Waarom? Om die CV te vervangen. Ik krijg een nieuwe. Hoera.
Na vele storingen het afgelopen jaar was ik hier oprecht blij om.

En dan…
Dan sta je toch best vroeg op. Want: ze zouden er om half acht zijn.

Ik zat onderhand al een half uur mijn ochtendkak op te houden — want stel je voor dat ze precies dan voor de deur staan. Ik ben een snelle scheiter, maar toch.

Kwart over acht. Nog niemand.
Ik voel lichte onrust. Toch maar even bellen.

“Ja,” zegt de meneer, “ik zie net in mijn scherm dat de monteur er om negen uur / half tien is. Dus hij is ietsje later.”

Ietsje later.
Ik was om kwart voor zeven mijn bed uit gegaan. Afwassen. Huis warm stoken. Poort achter open. Mijn hele systeem al op ‘ontvangen’ gezet.

“Ik vind het wel vervelend dat ik niet even gebeld werd.”
“Ja, ik wilde u echt net bellen.”

Ik denk: ja ja. Maar ik zeg:
“Oke, fijn dat ik weet hoe laat hij nu komt. Bedankt.”

En ik meen dat ook half. Want eerlijk: het eerste wat ik ook dacht was — als hij maar geen ongeluk heeft gehad of zo. Dat hij er überhaupt komt, is dan al winst.

Het kan echt aan mij liggen hoor. Ik lig wakker van afspraken. Van dingen die afgesproken zijn en dan net anders lopen dan verwacht. Vooral als ik er mijn ochtend al op heb ingericht.

En als dat dan verschuift zonder uitleg, dan raakt me dat. Niet woedend, maar schurend. Een soort interne kortsluiting tussen ‘het is niet erg’ en ‘het voelt niet helemaal oké’.

En toen — toen kwam hij om 8:40.

Hij vertelde dat een collega ziek was geworden. Dat die eigenlijk spullen uit het magazijn zou meenemen, maar dat dat nu niet was gebeurd. Dus hij moest eerst ergens anders langs om alles op te halen, en daarna hierheen.

Uiteindelijk was hij er dus gewoon. Later dan afgesproken, maar niet onredelijk laat.

Ik vroeg of hij al koffie had gehad.
“Nee,” zei hij.

Ik gaf hem koffie. Hij ging zitten. En hij begon te vertellen.

Over zijn vrouw, die een paar jaar geleden is verongelukt.
Over dat hij nu alleen voor zijn kinderen zorgt.
Over hoe het leven soms in één klap een andere richting op gaat, en hoe je dan toch doorgaat — niet heroïsch, maar gewoon omdat het moet.

Ik luisterde.

En terwijl hij daar zat, met zijn koffie en zijn verhaal, smolt er iets.

De irritatie van de ochtend werd zachter. Net als de sneeuw buiten, die de afgelopen dagen alles had bedekt en nu langzaam, gestaag, aan het verdwijnen is.

Ik zag geen “monteur die te laat is” meer.
Ik zag een mens die zijn best doet. Die verschijnt. Die doorgaat.

En dat deed iets met mij.

Ik voelde respect. En zachtheid. En ruimte.

En ook dankbaarheid.

Dankbaar voor een nieuwe CV.
Dankbaar voor een huis waarin dit allemaal geregeld wordt.
Dankbaar voor de ontmoeting zelf — hoe klein ook — die me even uit mijn eigen hoofd haalde.

Dank woningbouw.
Dank koffie.
Dank voor het smelten.

Misschien herken jij dit ook.
Dat oordeel soms sneller is dan aandacht.
En dat aandacht vaak alles verandert.

2 gedachten over “Over te laat komen, koffie, en hoe irritatie soms kan smelten”

  1. Ik weet gelijk over wie dit gaat. En gunde hem juist iemand als jij waar hij de cv mocht repareren. Iemand die hem ziet, in alles wat er is. Hoe klein ook, dit doet veel met een mens.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven